Colombiaanse snijbloemen industrie netwerk

Colombiaanse snijbloemen industrie netwerkIn Colombia, viel de stijging van de export van snijbloemen samen met de inspanningen om de nationale economie te activeren en vreemde valuta te verwerven door niet-traditionele export te bevorderen. Tijdens het eind van de jaren ’60, had de Colombiaanse overheid het beleid uit om invoertarieven op landbouw producten uit de Verenigde Staten en Europa te verminderen, creëerde Proexpo, een vereniging voor het bevorderen van de Colombiaanse uitvoer, en stelde programma’s in om de Colombiaanse uitvoer te bevorderen. Enkele bevorderingsprogramma’s zijn Plan Vallejo, Certificado de Abono Tributario (CAT), en het uit 1984 Certificado DE Reembolso Tributario (CERT).

Om de War on Drugs te steunen van Colombia, gaf de Amerikaanse overheid een voorkeursbehandeling in het kader van de Andean Trade Preference Act (ATPA) aan de Colombiaanse snijbloemen industrie. Op dezelfde manier verleende de Europese Unie de Colombiaanse snijbloemen sector handelsvoordelen via het General System of Preferences (GSP). Deze internationale handelsakkoorden stelden Colombiaanse bloemen exporteurs vrij van betaling van import heffingen voor de Europa en de V.S.. Samen zorgden de Binnenlandse en internationale maatregelen ervoor in combinatie met sterk ondernemerschap van de Colombiaanse bloemen kwekers tot een snelle groei van de sector . Vandaag de dag in Sabana de Bogotá, zijn er ongeveer 460 bedrijven die hun bloemen verkopen aan 300 exporteurs. Er zijn, ongeveer 5.906 hectaren land gewijd aan de productie van de snijbloemen, die een gemiddelde van 70.000 directe banen en 60.000 indirecte banen in alleen Colombia realiseert. Verder is erg kenmerkend dat elk bedrijf zijn eigen productie maar ook zijn eigen distributie systeem heeft, ook is een belangrijke rode draad dat er een moordende concurrentie is onder de telers en dat er van vereniging en gemeenschappelijk belangen behartiging nauwelijks sprake is.

Colombiaanse snijbloemen industrie netwerkDe ongecontroleerde snelle groei van de bloemen sector en de penetratie van Colombiaanse bloemen op de markt in de V.S. werden niet positief ontvangen door de kwekers van snijbloemen in de V.S.. In 1973 diende de Amerikaanse kwekers petitities in bij hun overheid met de boodschap om Colombiaanse bloemen tegen te houden bij de grens. Geconfronteerd met protectionistische maatregelen, en om de belangen van de Colombiaanse bloemen industrie veilig te stellen creëerden Colombiaanse kwekers een vereninging genaamd Asocolflores (Colombian Association of Flower Exporters). Momenteel zijn er ongeveer 200 bedrijven lid van Asocolflores; een groot aantal, maar toch nog minder dan de helft. Asocolflores verdedigde de Colombiaanse bloemen industrie tegen de anti-dumping beweringen en lobbyde bij de Amerikaanse overheid om geen protectionistische maatregelen te treffen. Toch werden anti-dumping maatregelen getroffen in 1987 tegen de Colombiaanse bloemen industrie terugwerkende tarieven werden opgelegd aan de chrysanten en anjers uit Colombia. Om verdere beschuldigingen te vermijden, deed de Colombiaanse bloemen industrie vrijwillig afstand van alle overheidsprogramma’s, met inbegrip van CERT. In 1999, sloot Asocolflores zich aan bij “U.S. cut flower growers” om gezamelijk FPO Flower Promotion Organisation) op te richten een organisatie voor de bevordering van de consumptie van bloemen.

Published by

Erik van Berkum

Erik is a Dutchman currently living in Osaka Japan.

Leave a Reply