Het ontstaan en de ontwikkelingen van Deliflor in Colombia

Naar mijn mening bestaat veredeling te­genwoordig voor 50% uit technologie en 50% uit marketing. Niet iedereen zal het met mij eens zijn, maar sinds mijn start bij Deliflor ben ik hiervan overtuigd. Breeding maakt jaarlijks vele kruisingen. Daar zijn niet veel mensen bij betrokken. Pas als de zaailingen bloeien, worden an­dere disciplines erbij betrokken. Keuzen maken is nodig, maar hier worden ook het snelst fou­ten in gemaakt. Een ras dat niet interes­sant lijkt voor Ne­derland kan in an­dere delen van de wereld goud waard zijn.

Om deze redenen heeft Deliflor besloten dat het hebben van testprogramma’s in het buitenland van cruciaal belang is voor de toekomst. Er zijn inmiddels al testloc-ties in Japan, Italië, Maleisië en Colom­bia. Om meerdere redenen vonden we dat we in Colombia nóg meer moesten doen. Samen met Nederland en Japan is Colombia één van de grootste chrysan­ten productie gebieden ter wereld. Op jaar basis worden er ongeveer 900 mil­joen stelen gepro­duceerd die voor namelijk naar de Verenigde Staten worden geëxpor­teerd. Daarom be­gonnen zeven jaar geleden de eerste verkennende reizen naar Colombia.

De start van Deliflor Colombia
Tweeënhalf jaar geleden ben ik naar Colombia verhuisd en heb mij daar per­manent voor Deliflor gevestigd. Het be­langrijkste doel van Deliflor Colombia is het serviceniveau voor de Colombiaanse telers te verhogen en onze veredelings-nummers in een vroeger stadium te kun­nen testen. Het Deliflor Colombia team bestaat uit 9 medewerkers, die dagelijks bezig zijn met het doen van bloeiproeven, verkoopvan moederplantenen het geven van technische ondersteuning aan telers. Op Flores Silvestres huren wij een loca­tie waar uitgebreide veredelingsproeven worden gedaan, op basis van Colombi­aanse teeltmethoden en met type ras­sen die aansluiten bij de voorkeur van de Amerikaanse consument.

Colombiaanse teelt
De teelt in Colombia is heel anders ge­organiseerd dan in Nederland. De Co­lombiaanse bedrijven zijn groot en kunnen al snel 30 hectaren meten. Op zo’n bedrijf werken vaak wel 500 me­dewerkers. Een ander groot verschil is dat de bedrijven helemaal zelfvoorzie­nend zijn, van de productie van stekken tot en met de verkoop van de bloemen aan de Amerikaanse groothandelaren. Het assortiment van Colombiaanse be­drijven bestaat uit wel 80 tot 120 chrysan­ten rassen per bedrijf. Daarnaast produce­ren de telers vaak ook andere producten zoals gerbera en asters. Rozen en anjers worden niet geproduceerd in het Medel-lin gebied omdat het daar te warm voor is. Deze producten worden hoofdzakelijk in Bogota geproduceerd. In totaal zijn er zo´n 40 Colombiaanse bedrijven die alle chrysanten voor de Amerikaanse markt produceren. De grootste Colombiaanse teler teelt op dit moment circa 2 miljoen stelen in de week. Hygiëne is van groot belang Het is in Colombia erg belangrijkziektevrij materiaal te kunnen leveren. De import van stek vanuit Nederland is om hygiëni­sche redenen niet toegestaan. Voorheen leverden we daarom vitro plantjes aan Colombia. Het nadeel hiervan is dat het meer dan een jaar duurt voordat je van dit materiaal goede stekken kunt maken. Tegen die tijd zijn er in Nederland al nieu­we, betere selecties gemaakt. Bedrijven in Colombia die met dit systeem werken lopen zo’n drie jaar achter op bedrijven die wel met stek materiaal uit Nederland kunnen werken.

De selecties die wij in Colombia nu kun­nen maken zijn voor deze markt vaak beter dan nieuwe selecties die uit Ne­derland vandaan komen. Ze hebben zich al aangepast aan het Colombiaanse kli­maat, wat ze betrouwbaarder maakt. Ook kunnen we sneller verbeteringen in de rassen doorvoeren die aansluiten op de behoeften van de markt.

Om tegemoet te komen aan de eisen met betrekking tot hygiëne, hebben we een speciaal protocol ontwikkeld. Al het ma­teriaal wordt twee keer per jaar op virus­sen getest. We gebruiken twee test pro­tocollen. Een methode komt uit Agdia. De andere is gebaseerd op real time PCR. Alle rassen hebben een eigen set hand­schoenen, zodat ziekten tijdens het stek plukken niet door de werknemers van het ene op het andere ras over kunnen worden gebracht.

Direct en dagelijks contact
Het belangrijkste van opereren op de Co­lombiaanse markt is het directe en dage­lijkse contact met de telers. We bezoeken de farms dagelijks, waardoor we snel in kunnen spelen op problemen. Ook heb­ben we zo de moge­lijkheid ze nieuwe din­gen te laten zien en hun mening te vragen over de rassen die we ontwikkelen.

Ontwikkelingen
De afgelopen drie jaar zijn voor de Co­lombiaanse bloemenindustrie niet ge­makkelijk geweest.
De kwaliteit van leven is in Colombia enorm vooruit gegaan. Echter de Ameri­kaanse Dollar is sterk in waarde vermin­derd in vergelijking tot de Colombiaanse Pesos. Dit zorgt voor de telers voor enor­me financiële problemen. Noodzakelijke investeringen worden uitgesteld omdat ze genoodzaakt zijn kosten te besparen. Dit heeft negatieve gevolgen voor de hele bloemensector in het land.

Toekomst
Toch zien we de toekomst met vertrou­wen tegemoet. De Amerikanen zullen bloemen blijven kopen en de Colombianen zullen ze blijven produceren. Vlieg- en arbeidskosten zullen de twee grootste uitdagingen zijn om in de hand te houden. Gelukkig kan je vanuit Carta-gena Colombia snel naar Miami met de boot varen dus hier zijn vele mogelijkhe­den om succesvol de transport kosten in de hand te houden. Voor het in de hand houden van de personeelskosten zal er geïnvesteerd moeten worden in automa­tisering, hierin zijn vele mogelijkheden en kunnen de Colombianen veel leren van de Nederlanders. Wel moet er altijd opgelet worden dat een oplossing voor Nederland vertaald moet worden naar een praktische oplossing voor Colombia.

Door Erik van Berkum in de functie als Area Manager Asia & America, Deliflor. Dit artikel is in het Engels in de Floraculture International geplaatst en is in het Nederlands verschenen in Het Blad: Personeelsblad van de Beekenkamp Groep.

Chrysanthemum breeding variety selection shift to production areas

Variety_Selection_shift_to_production_areas

Breeding

The interaction between breeders and growers in major production areas can turn once redundant codes into gold. Redundant codes being all the individual plants assigned a number by a breeder in the initial stages of a breeding program, but which never actually achieve the final status of a commercial variety.

by Erik van Berkum

How often in the past have breeders chosen to throw away a coded plant during the selection phase because they were unsuitable for the domestic market? This number can rise into the thousands since, on an annual basis, of 2,000 plants produced and denoted by a breeding code, it is not unusual that only 5 to 10 coded plants ultimately achieve the status of a commercial variety. How often does a variety selected and tested locally fail to perform to the same potential under different climatic conditions? Are all growers around the world benefiting from the new selections and improved varieties? The internationalization of the cut flower industry does not allow breeders to ignore these questions. Coded plants not matching the demands of one region, for example, can be very suitable and profitable in other parts of the world. How can a breeder make sure selections categorized as waste are not gold to growers elsewhere?

Erik_van_Berkum_and_his_colleagues

The answers to these different questions have encouraged a higher level of breeder-grower interaction in recent years. As an example, the chrysanthemum breeding activities of Deliflor in the Netherlands have been extended to create a testing program in the most important chrysanthemum markets. Major production areas are Japan, Holland and Colombia while the worlds three major consumption markets are Europe, Japan and the United States. Commercial testing in Italy, Malaysia and Japan is complemented by the company’s own testing facilities in Medelli­n, Colombia. The latter location delivering varieties with a consumer preference in the United States and suited to the growing conditions in the Medelli­n climate.

Speed of improvement
Mother plants produced in El Carmen de Viboral, nearby Medellin, are used to source the disease free plant material for the growers; a major point of concern for the Colombian farms is that cuttings are not hygienic and can be full of diseases. A strict hygiene protocol is necessary; commercial varieties are tested twice a year for viroid and each selection has their own set of gloves, so that if one selection becomes contaminated the diseases will not be spread by the workers during the picking of the cuttings. The traditional supply of in vitro material from Holland has disadvantages of being slow and more difficult to handle compared to the locally grown cuttings. For these imported plants, over a year is required before it is in full production. Allowing for the time period required for the farm to propagate this material, the breeders will have made other new selections and improvements to existing varieties. This system can mean that the farms are more or less three years behind in the cultivation of the latest varieties, compared to growers that buy cuttings directly.

pick cuttings

The Dutch breeders make at least four visits a year to Colombia to see how the work is progressing and to remain familiar with the market. Trials undertaken close to the growers own farms does permit easy contact. The visits to the farms are a means of quick feedback about the performance of varieties. Any problems arising with a particular variety can be recognised and reacted to quickly. During these visits, there is also an opportunity to show and ask the grower’s opinion about potential new varieties. Advice is given to the growers if they specifically ask technical production questions, but otherwise this remains the responsibility of the many good technical engineers in the region.

A necessary boost
On a business level, the last three years have not been easy for the farms in Colombia. The quality of living has made enormous progress, but the appreciation of the peso with respect to the dollar is giving the farms some serious problems. The necessary investments are not commonly being made and instead of investing in new production methods and automation, many farms are forced to cut costs, with many negative aspects for the cut flower sector in general.

Flores sylvestres

Despite these developments, the future is very positive for the Colombian flower sector. America will keep on buying flowers and Colombia will keep on producing them. Air freight and labour costs will be the two biggest challenges to keep under control. Fortunately, the sea transport routes from Cartagena to Miami are relatively short, which offers many possibilities to save on transport costs. To save on labour costs, Colombian growers will have to invest in automation. In this respect, Colombian growers can learn a lot from the Dutch growers, but they will have to keep in mind the different circumstances in Colombia and search for practical solutions together.

From the online version of FloraCulture International July 2007 Page 34, 35

this post was earlier posted on: http://www.maripositas.org/index.php?title=Variety_selections_shift_to_production_areas